Intensive Care

Op de Intensive Care liggen bijna alle kinderen, ook baby’s, in een groot bed. Uw kind wordt nog in slaap gehouden als u het voor het eerst ziet na de operatie. Uw kind kan bleek zijn en nog wat koud aanvoelen. Er is veel elektronische apparatuur aanwezig die nodig is om uw kind te behandelen en te bewaken en uw kind ligt aan veel verschillende ‘lijnen’.

De apparatuur en ‘lijnen’ die u kunt verwachten:

Uw kind wordt beademd door een machine. Uw kind wordt hiervoor in slaap gehouden, zodat daar geen hinder van wordt ondervonden. Uw kind kan niet praten en dus ook niet huilen, omdat de beademingsbuis tussen de stembanden zit.
Uw kind ligt aan allerlei bewakingsapparatuur om onder andere de temperatuur, de bloeddruk, het hartritme, de ademhaling en het zuurstofgehalte in het bloed in de gaten te houden.
Uw kind krijgt vocht, medicijnen en eventueel voeding door de infusen.
Uw kind heeft een maagsonde (slangetje via de neus naar de maag). Deze is onder andere voor medicatie en voeding, als de maag van uw kind dit al kan verdragen. Voor zuigelingen wordt hier flesvoeding of moedermelk voor gebruikt, voor oudere kinderen is dit speciale vloeibare voeding.
Uw kind heeft een wonddrain om overtollig wondvocht af te laten lopen en in de gaten te kunnen houden hoeveel wondvocht uw kind verliest.
Uw kind heeft een blaascatheter, om de urineproductie nauwkeurig te kunnen meten.
Er wordt mogelijk gebruik gemaakt van meer apparatuur. De verpleegkundigen en artsen op de Intensive Care kunnen u hier alles over vertellen.
Het gebruik van mobiele telefoons is vanwege alle kwetsbare apparatuur op de Intensive Care niet toegestaan. Dit geldt overigens ook voor de Babyzaal en de Kinderheelkunde.

Ieder kind reageert anders op de operatie. De soort en duur van de operatie en de snelheid van het herstel bepalen mede hoe lang uw kind beademd wordt. Als uw kind goed opknapt, wordt geprobeerd of het weer zelf kan ‘meeademen’ met de beademingsmachine. Pas als het goed zelf ‘meeademt’ wordt het buisje uit de keel verwijderd. Infusen, wonddrains, blaascatheters worden verwijderd zodra dit mogelijk is. De artsen en verpleegkundigen houden hierbij uw kind goed in de gaten.

Als alles goed gaat kan uw kind naar de verpleegafdeling terug. Bij grote operaties kan het verblijf op de Intensive Care langer duren. De kindercardioloog of kinderhartchirurg kan soms van te voren een inschatting van de verblijfsduur geven.

Het is mogelijk dat uw kind met infusen, wonddrains, blaascatheters en hartbewaking terug naar de verpleegafdeling gaat.

Eenmaal op de verpleegafdeling zal uw kind zich niet zoveel meer herinneren van de tijd op de Intensive Care.