Univentricular hart

Een univentriculair hart houdt in dat de patiënt is geboren met maar 1, in plaats van 2, goed ontwikkelde kamers.

Er kan sprake zijn van een echte enkelvoudige kamer (zeldzaam) of van een onderontwikkelde linker kamer (het hypoplastisch linker hart syndroom) met een goed ontwikkelde rechterkamer of van een onderontwikkelde rechterkamer (hypoplastische rechter ventrikel) met een goed ontwikkelde linkerkamer. Daarom is er functioneel maar sprake van een kamer (ventrikel) en wordt gesproken van een univentriculair hart. De kamer zal na operatie moeten functioneren als systeemkamer; dat is dus de kamer die ervoor zorgt dat het zuurstofrijke bloed door het lichaam wordt gepompt. Het gemis van een tweede goed functionerende kamer wordt na de operatie opgevangen door de beide holle aders direct, of via de rechter boezem, of via een door de chirurg gecreëerd tunneltje naar de longslagaders te leiden. Als beide holle aders op deze manier zonder tussenkomst van een rechter ventrikel naar de longcirculatie draineren, wordt gesproken van een Fontan circulatie (genoemd naar de oorspronkelijke operatie), tegenwoordig heet dit een “totale cavopulmonale correctie”.

Zie ook: Nederlandse Hartstichting